Werking

Hoe werkt een warmtepomp?

Het werkingsprincipe van de warmtepomp is gelijkaardig aan die van de koelkast, maar dan omgekeerd. Bij de koelkast wordt de warmte van binnen naar buiten geleid. Bij een warmtepomp wordt de warmte van buiten  via het verwarmingssysteem naar binnen gebracht.

In woningbouw wordt meestal de elektrisch aangedreven compressiewarmtepomp toegepast. Het principe is als volgt: aan de warmtebron wordt warmte onttrokken, aan het warmteafgiftesysteem wordt warmte afgegeven. Een warmtedragend medium of het koelmiddel stroomt tussen de warmtebron en het warmteafgiftesysteem. Om een warmtepompcyclus te doorlopen zijn volgende elementen nodig:

  • Een verdamper

Het warmtedragend medium verdampt op lage druk en neemt warmte op vanuit de ‘koude’ warmtebron. Er zijn drie types van verdampers of warmtewisselaars: lucht, water of grond. Het koelmiddel gaat over naar de gasvormige fase.

  • Een compressor

De compressor zuigt de gassen uit de verdamper en drukt de vloeistof samen. Hierdoor stijgt de temperatuur. De compressor pompt de calorieën door de koelkring.

  • Een condensor

De gassen onder hoge druk en op hogere temperatuur condenseren. De condensor ( de tweede warmtewisselaar) geeft de warmte terug af aan een verwarmingssysteem. Met deze warmte kan je een ruimte verwarmen. Het koelmiddel wordt opnieuw vloeibaar en koelt af.

  • Een ontspanner

De ontspanner is nodig om de cyclus te herstarten. Hij brengt het koelmiddel van de hoge naar de oorspronkelijke, lage druk terug.

 

 

De compressor is het enige onderdeel van de warmtepomp dat elektriciteit verbruikt. Hierdoor is de compressor een belangrijke determinant voor het rendement van een warmtepomp.