Tips bij warmtepompen

Warmtepompen zijn een relatief jonge techniek die erg verschilt ten opzichte van de klassieke verwarmingssystemen. Bij het plaatsen van een warmtepomp moet u enkele zaken in gedachte houden.

Tijdens het ontwerp van het energieconcept is het belangrijk dat de bron, de opwekking, de distributie en de afgifte van warmte en koude op elkaar afgestemd zijn. Om de warmtepomp optimaal te kunnen gebruiken kiest u het best voor een laagtemperatuurafgiftesysteem: lagetemperatuurradiatoren of vloerverwarming. 

Indien er sprake is van een hoger waterdebiet kiest u best voor een grotere diameter van uw leidingen.  Indien er een verschil in debiet zit tussen het primair en secundair waterdebiet moet u een evenwichtsfles of  buffervat laten plaatsen. Bij vloerverwarming  is dit in veel gevallen echter niet nodig. 

Indien u de warmtepomp combineert met zonnepanelen of zonnecollector is een buffervat echter aangewezen. Gebruik dan bij voorkeur een één sturing voor beide systemen.

Indien u uw warmtepomp combineert met een boiler voor sanitair warm water kiest u best voor een sanitair voorraadvat van 300 à 400 liter. 

Zorg ervoor dat uw warmtepomp altijd onder spanning staat bij vriesweer. Zo voorkomt u bevriezing van bepaalde elementen. 

Plaats uw buitenunit bij voorkeur op rubberen trillingsdempers.

Controlleer altijd de elektriciteitsteller: deze moet op mono 230V of 400 V/3, amperage, softstart of invertor ingesteld staan. 

Houd rekening met een tweedelinge tarief voor de elektriciteit. Elektriciteit is goedkoper 's nachts en in het weekend!

Indien u ook koelt met uw warmtepomp moet u dampdicht/luchtdicht isoleren. Controlleer ook het dauwpunt en zorg voor een temperatuur begrenzing in de radiatorkring.Voorzie een condensafvoer.

Vraag ook steeds om een kWh-teller te plaatsen voor de warmtepomp. Zo kan u het specifieke verbruik van de warmtepomp bekijken. 

Zorg voor een goede isolatie van de leidingen tussen de binnen - en de buitenunit. 

Laat de pomp een constant debietleveren, ook al staan enkele kleppen van verbruikers dicht.

Het afregelen van het waterdebiet doet u met debietregelkraan en met het instellen van de draaisnelheid van uw circulatiepomp. Stel de sturing van uw pomp zo af dat ze niet constant staat te draaien. De pomp is namelijk de verbruiker bij dit systeem. 

Zorg dat zowel de leverancier, de medewerkers als de installateur zich inzetten om het werk te laten voldoen aan de eisen. Zorg dat deze partijen kunnen rapporteren bij u, zodat problemen snel naar boven komen. Controleer ook zelf op de werf. Uw aanwezigheid zal alle partijen motiveren om hun uiterste best te doen. 

Maak een onderscheid tussen de technische en functionele oplevering. Bespreek met de leverancier hoe jullie de afstemming zullen regelen. Vraag de leverancier om advies omtrent controle van de werking. 

Bij nieuwbouw bepaalt u best zo vroeg mogelijk of u een warmtepomp plaatst of niet. Houd hier rekening mee in alle fasen van het ontwerp, de aanbesteding, de realisatie, de oplevering en het beheer. Zo kan u nog beter genieten van uw warmtepomp.

 

Voor al uw vragen hieromtrent kunt u bij ons terecht. Morliterm plaatst uw warmtepomp met aandacht voor deze punten.